VRAGEN BIJ A CLOCKWORK ORANGE
A Clockwork Orange is een anti-utopische (ook wel: dystopische) roman uit 1962 van de Britse schrijver Anthony Burgess (info afkomstig van Wikipedia). Het vormt de basis voor de gelijknamige filmbewerking uit 1971 door Stanley Kubrick. De roman wordt algemeen beschouwd als de opvolger van de grote Britse anti-utopische romans 1984 en Brave New World. Net als in deze romans worden grote filosofische vragen uitgewerkt waarin de verhouding tussen individu en staat, vrijheid en orde, geweld en recht, centraal staan. Belangrijkste onderwerp is de menselijke vrijheid en de samenhang met het kwaad. Wat als de vrije mens zich overgeeft aan het kwaad? Hoeveel kan er dan nog overblijven van de vrijheid?
"A Clockwork Orange" was meteen een gigantisch commercieel succes en werd door critici de hemel in geprezen. Helaas bracht het succes van de film ook een hoop problemen met zich mee. Kort na de première werd in Londen een zwerver mishandeld terwijl er in de film ook een soortgelijke gebeurtenis plaatsvindt. Enkele weken later vond er een verkrachting plaats die ook bepaalde overeenkomsten vertoonde met A Clockwork Orange. De daders zeiden geïnspireerd te zijn door de film. Kubrick zelf werd lastiggevallen en gestalkt door fans die geobsedeerd waren door de film en zich gedroegen als Alex. Tegelijkertijd kreeg Kubrick dreigbrieven van mensen die de film zagen als een bedreiging voor de maatschappij en Kubrick verantwoordelijk achtten voor de verloedering ervan.
Uiteindelijk besloot Kubrick de distributie van de film in het Verenigd Koninkrijk te verbieden. Pas na zijn dood werd de film er weer toegelaten. In Amerika werd de film wel toegelaten, zij het in zwaar gecensureerde vorm. In Nederland en België ging de film wel in zijn volledige vorm in première.
1. Wat zijn de (mogelijke) oorzaken van Alex’ voornemen zich over te geven aan ultra-violence?
2. Welke mens- en maatschappijvisie komt naar voren in
a. de scène over de mishandeling van de zwerver?
b. De verkrachting van een ‘dreinerig, jong grietje?’
c. De vechtpartij tussen de twee bendes?
d. De joyride?
e. Het ‘onverwachte bezoek’?
f. Welk effect heeft de muziek bij de verkrachtingsscène en vechtscène en het ‘singing in the rain’ tijdens het ‘onverwachte bezoek’?
g. Welke tegenstelling wordt er gecreëerd door Alex’ grote liefde voor de muziek van Beethoven?
h. Leg uit inhoeverre de mens- en maatschappijvisie in deze openingssequentie terug te vinden is in de ideeen van:
Darwin
Nietzsche
Freud.
i. Wat kun je zeggen over het telos van het geweld dat Alex en zijn maatjes gebruiken?
j. Welke ethische posities zijn van toepassing op Alex en zijn vrienden (zie p. 17 boek).
3. Bij ouders thuis
a. Welk maatschappelijk probleem/vraagstuk schetst de reclasseringsambtenaar als het gaat om het verklaren van het gedrag van Alex?
b. Noem drie ‘oplossingen’ die in onze tijd populair zijn voor dit probleem.
4.
a. Op welke wijze wordt het ongelovige, onchristelijke karakter van de gevangenen naar voren gebracht.
b. In hoeverre herkennen we het christelijke wereldbeeld ten aanzien van zondaars in de preek van de priester?
c. Wat is er oneerlijk/ondeugdelijk aan de wijze waarop Alex zich ten aanzien van de priester gedraagt? Let vooral op de gedachten die Alex heeft bij het lezen van de bijbel.
5.
a. Beschrijf de opzet van de Ludovico-methode die criminelen moet genezen.
b. Leg uit dat deze methode louter werkt als we geloven in de juistheid van het mensbeeld van Daniel Dennet (zie werkboek .46, handboek 211-212)
c. Welke consequenties heeft deze methode – als hij werkt – voor onze opvattingen over de ziel, persoonlijk karakter en vrije wil? Zie bijvoorbeeld het gesprek tussen Alex en de priester in de bibliotheek, tijdens de behandeling en bij de presentatie na de behandeling.
d. Welke impliciete kritiek op de moderne media komt naar voren in de Ludovico-methode?
e. Leg uit dat de Ludovico-methode gebaseerd is op de behavioristische psychologie (zoek op bij Wikipedia).
f. Welke opvatting over de effectiviteit van de traditionele gevangenis klinkt door in de speech van de politicus voorat Alex aan de aanwezigen wordt getoond?
g. Leg uit hoe door de politicus hogere ethiek wordt opgeofferd aan veiligheid van de samenleving.
f. Welke parallen kun je trekken met de wijze waarop de politiek de maatregelen in de strijd tegen het terrorisme rechtvaardigt?
e. In hoofdstuk 8 (stof van vorig jaar) wordt Foucault behandeld. Lees p. 241-244).
Leg uit hoe de gevangenis en de Ludovico-methode passen in het mensbeeld van Foucault.
6. Welk oordeel kun je geven over de samenleving waarin Alex terugkeert.
- In hoeverre is deze samenleving christelijk (als in vergevingsgezind)?
- In hoeverre stemt de situatie in de film overeen met het maatschappijbeeld van Machiavelli en Hobbes?
Geef een paar concrete voorbeelden.
7. Welke ethische posities (zie p. 17 boek) zijn van toepassing op
- de reclasseringsambtenaar.
- de ouders van Alex
- Joe, de ‘geadopteerde’ zoon.
- De maatjes van Alex
- Dr. Brodsky
- De priester in de bajes.
- De politieagenten die Alex ondervragen.
- De politicus die de Ludovicomethode aanhangt.
8. Het is de vraag hoe een persoon als Alex begrepen kan worden vanuit een Platoons/Aristotelisch perspectief. Alex is namelijk een slimme jongen. Leg uit waarom dat gegeven problematisch is voor Plato en Aristoteles.
9. Zoals bij grote meesterwerken is de boodschap van de film ambigu. Met welke verwarrende vragen blijft de kijker achter?
dinsdag 14 april 2009
Vragen bij American Beauty
VRAGEN BIJ AMERICAN BEAUTY
American beauty is een van de grote films van de afgelopen tien jaar. De onvrede van de burgerlijke middenklasse (wij dus!) wordt vlijmscherp ontleed. Wat moeten we aan met ons doorsnee leven van werk, school, werk, school, familie, wat sporten, wat spullen kopen en een soort van carriere nastreven.
Hoofdpersoon Lester (oscar voor Kevin Spacy) besluit van de ene op de andere dag zijn leven te veranderen. Zijn omgeving kan maar moeilijk accepteren dat hij een simpeler, vrijer en gelukkiger leven wil leiden.
Voor ons is het belangrijk de verschillende opvattingen over wat mens zijn inhoudt scherp te analyseren. Als we goed kijken zien we allerlei filosofische ideeen die we reeds bestudeerd hebben terug in de film. Uiteindelijk gaat het om de vraag hoe mensen geluk kunnen vinden. In hoeverre vormt onze leefwereld daarbij een obstakel en in tot op welke hoogte is het te danken aan onze eige weigering echt keuzes te maken? Of is geluk, gezien de essentie van wat de mens is, nauwelijks haalbaar?
In de vragen over de film wordt gerefereed aan teksten uit het boek.
1. In de opening van een film heel snel een indruk gegeven van de verschillende personages en de leefomgeving.
a. Omschrijf de onvrede van Lester in zijn werk, familieleven.
b. Omschrijf de opvatting die Lester over zichzelf en omgeving heeft.
2.
a. In hoeverre kun je Lester een nihilist noemen? (zie p. 18)
b. Welk oordeel kun je vanuit het existentialisme (236-240) geven over de wijze waarop Lester zijn vrijheid vormgeeft? (tot aan de verandering).
c. Aristotles (handboek 29-33) stelt menselijk geluk centraal (eudaimonia). Omschrijf hoe Aristotles de voorwaarden voor geluk kenmerkt.
d. Welk oordeel kun je over het leven van Lester geven afgemeten aan het ideaal van eudaimonia van Aristoteles?
3. Geef een opsomming van de gebeurtenissen die uiteindelijk leiden tot de verandering van levensstijl van Lester.
4. Freud (handboek 222-231)
a. Omschrijf de verhouding tussen Lester en zijn dochter.
b. Welk Freudiaanse mechanisme zien we in de verhouding tussen Lester en de vriendin van zijn dochter. Beschrijf hier taboe, verdringing, sublimatie in droom.
5. Op p. 17 en 18 worden 13 ethische posities omschreven. Deze heb je nodig bij deze vraag.
- Noem de gedragsveranderingen die Lester in zijn leven doorvoert.
- Geef per gedragsverandering welke ethische positie daarbij inneemt en geef tevens aan op welke wijze hier steeds sprake is van een discussie/conflict.
6. Ricky en zijn vader
a. Omschrijf de ethische posities van Ricky en zijn vader aan de hand van p. 17-18.
b. Beschrijf in Freudiaanse termen de spanningen tussen vader en zoon en de wijze waarop deze spanning verdrongen en gesublimeerd wordt.
7. Carolyn.
a. Welke ethische posities neemt Carolyn in?
b. Beschrijf haar karakter in Freudiaanse termen. Wat is haar drive, wat zijn haar verlangens, haar angsten en sublimeert ze deze?
8. De ruzie over de bank.
Hoe zou je deze scene kunnen uitleggen als een metafoor voor de moderne maatschappij?
9. De vader van Ricky.
Leg uit hoe je het gedrag van vader van Ricky in Freudiaanse termen kunt verklaren.
10. Plato heeft een van de scherpste omschrijvingen gegeven van wat het betekent mens te zijn in zijn uiteenzetting over Eros (handboek 199-202). Gebruik Plato’s Eros-begrip om de inhoud van deze film mee te omschrijven (zorgvuldig, geen oppervlakkige rommel opschrijven).
American beauty is een van de grote films van de afgelopen tien jaar. De onvrede van de burgerlijke middenklasse (wij dus!) wordt vlijmscherp ontleed. Wat moeten we aan met ons doorsnee leven van werk, school, werk, school, familie, wat sporten, wat spullen kopen en een soort van carriere nastreven.
Hoofdpersoon Lester (oscar voor Kevin Spacy) besluit van de ene op de andere dag zijn leven te veranderen. Zijn omgeving kan maar moeilijk accepteren dat hij een simpeler, vrijer en gelukkiger leven wil leiden.
Voor ons is het belangrijk de verschillende opvattingen over wat mens zijn inhoudt scherp te analyseren. Als we goed kijken zien we allerlei filosofische ideeen die we reeds bestudeerd hebben terug in de film. Uiteindelijk gaat het om de vraag hoe mensen geluk kunnen vinden. In hoeverre vormt onze leefwereld daarbij een obstakel en in tot op welke hoogte is het te danken aan onze eige weigering echt keuzes te maken? Of is geluk, gezien de essentie van wat de mens is, nauwelijks haalbaar?
In de vragen over de film wordt gerefereed aan teksten uit het boek.
1. In de opening van een film heel snel een indruk gegeven van de verschillende personages en de leefomgeving.
a. Omschrijf de onvrede van Lester in zijn werk, familieleven.
b. Omschrijf de opvatting die Lester over zichzelf en omgeving heeft.
2.
a. In hoeverre kun je Lester een nihilist noemen? (zie p. 18)
b. Welk oordeel kun je vanuit het existentialisme (236-240) geven over de wijze waarop Lester zijn vrijheid vormgeeft? (tot aan de verandering).
c. Aristotles (handboek 29-33) stelt menselijk geluk centraal (eudaimonia). Omschrijf hoe Aristotles de voorwaarden voor geluk kenmerkt.
d. Welk oordeel kun je over het leven van Lester geven afgemeten aan het ideaal van eudaimonia van Aristoteles?
3. Geef een opsomming van de gebeurtenissen die uiteindelijk leiden tot de verandering van levensstijl van Lester.
4. Freud (handboek 222-231)
a. Omschrijf de verhouding tussen Lester en zijn dochter.
b. Welk Freudiaanse mechanisme zien we in de verhouding tussen Lester en de vriendin van zijn dochter. Beschrijf hier taboe, verdringing, sublimatie in droom.
5. Op p. 17 en 18 worden 13 ethische posities omschreven. Deze heb je nodig bij deze vraag.
- Noem de gedragsveranderingen die Lester in zijn leven doorvoert.
- Geef per gedragsverandering welke ethische positie daarbij inneemt en geef tevens aan op welke wijze hier steeds sprake is van een discussie/conflict.
6. Ricky en zijn vader
a. Omschrijf de ethische posities van Ricky en zijn vader aan de hand van p. 17-18.
b. Beschrijf in Freudiaanse termen de spanningen tussen vader en zoon en de wijze waarop deze spanning verdrongen en gesublimeerd wordt.
7. Carolyn.
a. Welke ethische posities neemt Carolyn in?
b. Beschrijf haar karakter in Freudiaanse termen. Wat is haar drive, wat zijn haar verlangens, haar angsten en sublimeert ze deze?
8. De ruzie over de bank.
Hoe zou je deze scene kunnen uitleggen als een metafoor voor de moderne maatschappij?
9. De vader van Ricky.
Leg uit hoe je het gedrag van vader van Ricky in Freudiaanse termen kunt verklaren.
10. Plato heeft een van de scherpste omschrijvingen gegeven van wat het betekent mens te zijn in zijn uiteenzetting over Eros (handboek 199-202). Gebruik Plato’s Eros-begrip om de inhoud van deze film mee te omschrijven (zorgvuldig, geen oppervlakkige rommel opschrijven).
werkoverzicht tot aan de grote vakantie
Werkoverzicht 4 vwo/havo
Nu de lente is aangebroken is het de hoogste tijd de balans op te maken. We hebben ons het hele jaar al bezig gehouden met de vraag: wat is de mens? In de laatsTe periode gaan we onze kennis hierover verdiepen door de vraag steeds maar weer te herhalen, en door terug te gaan naar de Oudheid om vervolgens weer de toekomst in te duiken. In deze herhaling betrekken we tevens hoofdstuk 5 over ethiek. De films American Beauty en A clockwork Orange geven ons de mogelijkheid de filosfische mensebeelden nader te expliciteren. Natuurlijk horen er vragen bij deze films die bij de toetstof behoren.
* Week 13-17 april
Onderwerpen:
Inleiding lesprogramma laatste blok
Essentie vs existentie
Film: American Beauty
Taak:
Lezen: handboek 52-57, 236-240
Maken: werkboek Sartre: 5.48, 5.49, 5.52, 8.64, 8.65, 8.66.
werkboek 8.6 (lezen omdat hier de afsluitende opdracht voor het jaar in staat. Opdracht telt voor 30% voor de toets.) In de les zal ik een aanscherping van de opdracht geven.
* Week 20-24 april
Essentie vs existentie
Film: American Beauty
Taak:
Inleveren PO
Lezen: Sartre 236-240, Aristotles 29-38 eudaimonia
Maken: 5.18, 5.19, 8.64, 8.65, 8.66.
Vragen bij de film American Beauty
VAKANTIE
* week 4 mei – 8 mei
Onderwerp: American beauty, Platoonse eros en Freudiaanse verlangens.
Taak:
Lezen: handboek 222-231 (herhaling Freud), 199-202 (herhaling Plato)
Maken: Vragen bij de film American Beauty
week 11 mei 15 mei
Deugd: Utilisme en Eudaimonia
Taak:
Lezen: handboek 29-38 (Aristoteles), 44-52 (Utilisme)
Maken: 5.18, 5.19, 5.20, 5.23, 5.24, 5.38, 5.41, 5.43, 5.44
week 18-22 mei
Deugd: Foucault, utilisme en & A Clockwork Orange.
Taak
Lezen: handboek 58-59 (Milgram), 240-245 (Foucault_
Maken: werkboek Foucault 8.70, 8.71, 8.72
week 25-29 mei
Deugd: Utilisme en Eudaimonia IIII, A Clockwork Orange.
Lezen: handboek 16-18 (Ethische posities), 217-221 (herhaling Nietzsche), 209, 210 (herhaling Descartes).
Vragen handboek 8.44, 8.46 bij de film
week 1 juni – 5 juni
We eindigen met Plato omdat het daar allemaal begonnen is
Lezen: handboek 24-28
Taak: 8.6 in combinatie met 8.84
week 8 juni 12 juni
Taak: 8.6 in combinatie met 8.84
Nu de lente is aangebroken is het de hoogste tijd de balans op te maken. We hebben ons het hele jaar al bezig gehouden met de vraag: wat is de mens? In de laatsTe periode gaan we onze kennis hierover verdiepen door de vraag steeds maar weer te herhalen, en door terug te gaan naar de Oudheid om vervolgens weer de toekomst in te duiken. In deze herhaling betrekken we tevens hoofdstuk 5 over ethiek. De films American Beauty en A clockwork Orange geven ons de mogelijkheid de filosfische mensebeelden nader te expliciteren. Natuurlijk horen er vragen bij deze films die bij de toetstof behoren.
* Week 13-17 april
Onderwerpen:
Inleiding lesprogramma laatste blok
Essentie vs existentie
Film: American Beauty
Taak:
Lezen: handboek 52-57, 236-240
Maken: werkboek Sartre: 5.48, 5.49, 5.52, 8.64, 8.65, 8.66.
werkboek 8.6 (lezen omdat hier de afsluitende opdracht voor het jaar in staat. Opdracht telt voor 30% voor de toets.) In de les zal ik een aanscherping van de opdracht geven.
* Week 20-24 april
Essentie vs existentie
Film: American Beauty
Taak:
Inleveren PO
Lezen: Sartre 236-240, Aristotles 29-38 eudaimonia
Maken: 5.18, 5.19, 8.64, 8.65, 8.66.
Vragen bij de film American Beauty
VAKANTIE
* week 4 mei – 8 mei
Onderwerp: American beauty, Platoonse eros en Freudiaanse verlangens.
Taak:
Lezen: handboek 222-231 (herhaling Freud), 199-202 (herhaling Plato)
Maken: Vragen bij de film American Beauty
week 11 mei 15 mei
Deugd: Utilisme en Eudaimonia
Taak:
Lezen: handboek 29-38 (Aristoteles), 44-52 (Utilisme)
Maken: 5.18, 5.19, 5.20, 5.23, 5.24, 5.38, 5.41, 5.43, 5.44
week 18-22 mei
Deugd: Foucault, utilisme en & A Clockwork Orange.
Taak
Lezen: handboek 58-59 (Milgram), 240-245 (Foucault_
Maken: werkboek Foucault 8.70, 8.71, 8.72
week 25-29 mei
Deugd: Utilisme en Eudaimonia IIII, A Clockwork Orange.
Lezen: handboek 16-18 (Ethische posities), 217-221 (herhaling Nietzsche), 209, 210 (herhaling Descartes).
Vragen handboek 8.44, 8.46 bij de film
week 1 juni – 5 juni
We eindigen met Plato omdat het daar allemaal begonnen is
Lezen: handboek 24-28
Taak: 8.6 in combinatie met 8.84
week 8 juni 12 juni
Taak: 8.6 in combinatie met 8.84
woensdag 25 maart 2009
woensdag 18 maart 2009
Vragen bij Freud
Lees de opening. Merk de zelfverzekerde en heldere toon op.
1. Wat wil Freud bewijzen aangaande de droom?
2. Bedenk redenen waarom rond 1900, toen Freeud zijn ideeen publiceerde, en ook nu in onze tijd, Freuds idee over de droom onwaarschijnlijk gevonden werd.
3. Welke opvattingen over de droom heeft Freud gehaald uit de ínspanning van duizenden jaren' van denken over dromen?
- Klassieke Oudheid.
- Aristoteles.
4. Op p. 48-49 geeft Freud een verbluffende scherpe definitie van het Platoonse mens- en wereldbeeld.
a. Hoe luidt deze definitie van het wereldbeeld van de Ouden?
b. Welke overeenkomst zien we hier tussen Freud en Nietsche?
5. P. 50, 3e alinea.
a. Beschrijf de wetenschappelijke methode van Freud.
b. Freud houdt zich niet expliciet met de slaap bezig.
Welkke reden geeft hij hiervoor en wat zegt dat over Freuds opvatting over de verhouding tussen psyche en lichaam.
6. P. 145. Hoe blijkt dat Freud hier meer vertrouwen heeft in 'de lekenwereld'dan om de wetenschap als het gaat om dromen?
7.
a.Wat is symbolische droomduiding?
b. Welkk bezwaar maakt Freud tegen de symbolische droomduiding?
8.
a. Van wat voor soort bronnen maakt Freud gebruik om zijn wetenschappelijke theorie vorm te geven? (antwoord op alle pagina's)
b. Wat is daar wellicht vreemd aan als we denken aan de opvatting van wat wetenschap is?
9. Over welke kwaliteiten moet een droomuitlegger beschikken (zie voetnoten 1, 2, 3 op p. 146-147.
10. Beschrijf stap voor stap de elementen van Freuds methode voor het duiden van dromen.
- Hoe moeten de patienten zich gedragen?
- Wat is de rol van de therapeut?
- Wat is de rol van het verstand (lees het prachtige citaat van Schiler op p. 152).
- Waarom is ALLES relevant?
- Wat is de oorzxaak van de vervorming van de wens in de droominhoud?
11. Freuds Droomduiding is veel bekritiseerd. Ondanks die kritiek wordt het gezien als een buitengewoon briljant boek. Welke kwalitiet van Freuds werk zal, ongeacht de juistheid van theorieen, enorm gewaardeeerd worden?
1. Wat wil Freud bewijzen aangaande de droom?
2. Bedenk redenen waarom rond 1900, toen Freeud zijn ideeen publiceerde, en ook nu in onze tijd, Freuds idee over de droom onwaarschijnlijk gevonden werd.
3. Welke opvattingen over de droom heeft Freud gehaald uit de ínspanning van duizenden jaren' van denken over dromen?
- Klassieke Oudheid.
- Aristoteles.
4. Op p. 48-49 geeft Freud een verbluffende scherpe definitie van het Platoonse mens- en wereldbeeld.
a. Hoe luidt deze definitie van het wereldbeeld van de Ouden?
b. Welke overeenkomst zien we hier tussen Freud en Nietsche?
5. P. 50, 3e alinea.
a. Beschrijf de wetenschappelijke methode van Freud.
b. Freud houdt zich niet expliciet met de slaap bezig.
Welkke reden geeft hij hiervoor en wat zegt dat over Freuds opvatting over de verhouding tussen psyche en lichaam.
6. P. 145. Hoe blijkt dat Freud hier meer vertrouwen heeft in 'de lekenwereld'dan om de wetenschap als het gaat om dromen?
7.
a.Wat is symbolische droomduiding?
b. Welkk bezwaar maakt Freud tegen de symbolische droomduiding?
8.
a. Van wat voor soort bronnen maakt Freud gebruik om zijn wetenschappelijke theorie vorm te geven? (antwoord op alle pagina's)
b. Wat is daar wellicht vreemd aan als we denken aan de opvatting van wat wetenschap is?
9. Over welke kwaliteiten moet een droomuitlegger beschikken (zie voetnoten 1, 2, 3 op p. 146-147.
10. Beschrijf stap voor stap de elementen van Freuds methode voor het duiden van dromen.
- Hoe moeten de patienten zich gedragen?
- Wat is de rol van de therapeut?
- Wat is de rol van het verstand (lees het prachtige citaat van Schiler op p. 152).
- Waarom is ALLES relevant?
- Wat is de oorzxaak van de vervorming van de wens in de droominhoud?
11. Freuds Droomduiding is veel bekritiseerd. Ondanks die kritiek wordt het gezien als een buitengewoon briljant boek. Welke kwalitiet van Freuds werk zal, ongeacht de juistheid van theorieen, enorm gewaardeeerd worden?
woensdag 11 maart 2009
Freud en reclame
Ter illustratie:
Sublimatie?
Fetisj? Schoenen en het onbegrense verlangen naar shoppen.
Kinderdroom: niet de vraag wat je wilt worden, maar wat je wilt hebben. De objectificatie van geluk.
Sublime desire of smoking
Sublimatie?
Fetisj? Schoenen en het onbegrense verlangen naar shoppen.
Kinderdroom: niet de vraag wat je wilt worden, maar wat je wilt hebben. De objectificatie van geluk.
Sublime desire of smoking
dinsdag 10 maart 2009
Materiaal bij Freud
Century of the Self - Adam Curtis
Deel 1
Deel 2
Deel 3
Ongoing opdracht:
Aspect mensbeeld wat je interesseert. Hoe denk je daarover, expliciteren, artikelen, vb'en uit uitspraken van andere mensen, reclame, film, literatuur, verschijnselen waaruit deze menselijke eigenschap blijkt. Relateren aan grote theorieen uit handboek.
Zelf: spanning tussen behoeftevrijheid en behoefte aan orde, vastigheid, verbondenheid.
Nut van werken.
Kracht verbeelding (verhouding verbeelding werkelijke).
Deel 1
Deel 2
Deel 3
Ongoing opdracht:
Aspect mensbeeld wat je interesseert. Hoe denk je daarover, expliciteren, artikelen, vb'en uit uitspraken van andere mensen, reclame, film, literatuur, verschijnselen waaruit deze menselijke eigenschap blijkt. Relateren aan grote theorieen uit handboek.
Zelf: spanning tussen behoeftevrijheid en behoefte aan orde, vastigheid, verbondenheid.
Nut van werken.
Kracht verbeelding (verhouding verbeelding werkelijke).
Abonneren op:
Posts (Atom)